Wètse nog?

zondag 27 juni 2010

Hallo, weet je nog? Ken je me nog?
Jazeker. Of ik hem nog kende en of ik nog wist!

Op het Oud Limburgs Schuttersfeest ontmoet je veel bekenden! Prachtig. De grote dag moet nog komen en toch al heel vaak handen geschud en verhalen opgehaald. Op het Kinjer OLS was het dikwijls raak. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen, dat ik meestal wel de gezichten herken, maar niet altijd bijbehorende naam. Een schrale troost is dat mensen jonger dan ik daar ook soms last van hebben. Na heel even praten krijgen gezicht en naam weer een beeld, een mooie herinnering aan een gezamenlijke ervaring, samen gewerkt of samengewerkt, als leerling op de klas gehad of nog weer iets anders.

Op het  Sponsor OLS werd het “feest van de herkenning” veelvuldig gevierd. Nee, door mij niet met een glas heerlijk bier. Ik vind dat ik vooral helder moet blijven, soms moet ik nog “optreden” en een dronken voorzitter is geen voorzitter. Ik haal de schade wel een keer in. Dan zal ik ook genieten van water. Water dat eerst door de brouwerij in Neer is gegaan. Dan  is opnieuw een Bijbels verhaal werkelijkheid geworden: water werd veranderd in het beste bier. Dat het in de tijd van de Bijbel toevallig om wijn ging, komt gewoon omdat Neer toen nog niet bestond.

Maar goed, Peter had duidelijk wel genoten van het gerstenat. Het waaide niet hard, dus bleef hij overeind. “Wètse nog?” Jazeker, ken ik je nog en weet ik nog. Je bedoelt zeker Well. Inderdaad Peter bedoelde Well. Een gebeurtenis om nooit te vergeten. Met Jeugdclub St.Jan, waarvan ik leider was en Peter lid, waren we naar Well gefietst voor ons jaarlijks zomerkamp. Het was in augustus 1958. Het weer was net zo mooi dan zaterdag 26 juni 2010 op het Sponsor OLS. Dus warm. Aangekomen in Well was Peter behoorlijk ziek. Misselijk, buikpijn, braken. Zou hij bevangen zijn door de hitte? We hadden in die tijd wel uniformen, maar niet van die lekkere warme en dikke zoals de schutterij heeft. Dus aan het uniform kon het niet liggen. Hay, de leider met veel EHBO-ervaring, onderzocht de zieke, die inmiddels onder een dennenboom uit de zon was gelegd. Hay had de oorzaak vlot gevonden. Een te strakke broekriem knelde om de buik van Peter. Nou ja, broekriem? Kennelijk was die thuis niet een, twee, drie voorhanden geweest en hield Peter de broek op hoogte met behulp van een ring van een inmaakglas. Inventief, zeker, maar fataal. De inmaakring moest worden doorgeknipt en Peter leefde in een mum van tijd op.

Dat hij er niets aan heeft overgehouden bleek zaterdag op het Sponsor OLS; hij had “um behoorlijk geraakt”. Ben wel benieuwd of hij die avond vergelijkbare verschijnselen gehad heeft dan op die gedenkwaardige zomerdag in Well in 1958. Een ring voor een inmaakglas zal dit keer de oorzaak niet zijn geweest.

Servaas

De koning en het paard

woensdag 16 juni 2010

Nee, het gaat niet over schaken. Tot mijn spijt moet ik erkennen dat ik dat nooit geleerd heb. Zal wel andere interesses vóór hebben laten gaan. Als het dan niet over schaken gaat, waar dan wel over: de koning en het paard?

De Koning van Schutterij St Jan was met zijn Koningin en een klein gevolg uitgenodigd om aanwezig te zijn bij het grote Ruiterfestijn te Meerlo. “Rijdt met Beleid” is een actieve ruitervereniging in Meerlo; jaarlijks wordt de Grote Prijs van Meerlo verreden. Men had het winnen van het OLS door Grubbenvorst aangegrepen om de prijs voor dit jaar om te dopen tot: OLS prijs 2010. Een heel mooi initiatief; zo versterk je elkaar in de gemeente. Die prijs moest natuurlijk uitgereikt worden door de Koning. Koning Gé stond in vol ornaat gereed om de prijzen aan de winnaars uit te reiken. Zijn prachtige steek met witte pluimveren, zijn overdadig en schitterend blinkend zilver, wij stonden vol trots achter het koningspaar en deelden in de waarderende blikken van de vele bezoekers.

We kennen Gé als een zachtmoedig man en zijn Annie is een toonbeeld van kalmte en rust. De paarden dachten daar anders over, zij deinsden terug toen Gé de winnaar zijn welverdiende prijs wilde overhandigen. Dan maar de steek met de witte pluimveren afgezet. Het hielp niet. Daar op dat mooie ruiterterrein in Megelsum, omzoomd door grote eiken, waren de paarden bang voor de Koning. En een heel klein beetje voor de Koningin. Lag het aan het in de late zon blinkende zilver? Zou kunnen, maar ik heb het vermoeden dat die Meerlose paarden kunnen lezen. “Grubbenvorst geit dich rake” is dan wel heel bedreigend, zeker als de Koning zelf op je afkomt.

Servaas Huys

Herrie in de tent

vrijdag 4 juni 2010

Lang heb ik er op moeten wachten. Vaak getwijfeld. Wij zijn toch een volwassen organisatie. Een volwassen vrijwilligersorganisatie. Dan hoort het er toch gewoon bij! Anders ben je niet echt volwassen. Het wilde maar niet komen. Het bleef rustig aan het front. Tot……… ja, tot afgelopen week. Toen hadden we eindelijk herrie in de tent. En niet zo’n beetje!
Het zit zo: Hendrik is Hendrik, een gebruiksaanwijzing is er niet bijgeleverd, heel zijn hart en doen en laten is schutterij. Het ging dus helemaal goed met Hendrik en zijn activiteiten voor de Werkgroep Paal en Perk. Deze Werkgroep Paal en Perk is apart in het leven geroepen om ervoor te zorgen, dat er aan alle facetten binnen en buiten het dorp inzake het Oud Limburgs Schuttersfeest paal en perk gesteld worden, zodra het de spuigaten dreigt uit te lopen. Hendrik is hierbij de trendwatcher.

Ja, we hebben een trendwatcher. Hij bestudeert de trends rond het schutterswezen. Zijn sterke punt is het in het oog houden van de trends uit het verleden. Voor de trends van tegenwoordig hebben we iemand anders aangesteld: Gonnie. Gonnie is onze trendwatchster in zake ontwikkelingen van het heden rond het schutterswezen.
Hendrik en Gonnie zijn onze vooruit geschoven posten binnen de Werkgroep Paal en Perk, tevens de enige leden. Hendrik kijkt vooral in de achteruitkijkspiegel, Gonnie vooral door de voorruit. Het bestuur dacht een ijzersterk duo te hebben aangezocht. En dat is het ook, een ijzersterk duo, altijd paraat om ons tijdig te waarschuwen als het de spuigaten dreigt uit te lopen, altijd eensgezind in hun opvatting.

Tja, altijd bleek vorige week een tijdelijk begrip, geen eeuwigheidswaarde dus. Wat er gebeurde. Gonnie had met het oog op de toekomst gesproken en geschreven over: de schietmasten; zij doelde op die lange palen, waar de roosters op bevestigd worden; roosters met stokjes waaraan de blokjes geschoven worden, die er afgeschoten moeten worden. Hendrik ontstak in woede: “Schietmasten bestaan niet, dàt zien sjeetbuim. Roosters bestaan niet, dàt zien herke. We praten niet van stokjes en blokjes, dàt zien latte en bölkes.” Het bleef niet bij deze bewoordingen. Het Limburgs woordenboek en Veldeke werden erbij gehaald. De Werkgroep PR&Communicatie werd als getuige opgeroepen; de Werkgroep Terrein&Techniek moest opdraven, die moesten immers die dingen plaatsen; de Werkgroep Personeel deed een duit in het zakje door te melden, dat zij alleen in begrijpelijke taal wilden communiceren. De spanning liep hoog op. De hele OLS organisatie sprak alleen nog maar over één kwestie. Er vormden zich spontaan voor- en tegenstanders, dwars door alle Werkgroepen heen. Het liep echt de spuigaten uit. Spuigaten? Plots realiseerden Hendrik en Gonnie zich dat zij juist voor dit soort situaties in het leven geroepen waren: Werkgroep Paal en Perk moest paal en perk stellen wanneer het de spuigaten dreigde uit te lopen. Met een rood hoofd van schaamte, dat zij zo hun taak verzaakt hadden, stelden zij hun functie ter beschikking.

Nu moeten we dus zelf paal en perk stellen aan…….. ja aan wat eigenlijk?
Aan lieden die alleen maar kunnen zeuren dat iets niet goed gebeurt. Die zijn na Hendrik en Gonnie gelukkig nauwelijks meer te vinden.

Servaas

Marketenster

donderdag 27 mei 2010

Nee, warm hadden ze het niet. Geen punt. Ze waren er niet minder mooi en lieftallig om.
De marketensters van Schutterij St. Jan straalden de honderden bezoekers tegemoet met een vriendelijk lach en een uitnodigend woordje. Betere ambassadrices voor het OLS kun je je toch niet voorstellen.

Dertien mei, Hemelvaarsdag. We waren naar Arcen gefietst. Een beetje overmoedig, dat wel. Een straffe koude noordenwind deed alle godsvruchtige beelden van Hemelvaart verschrompelen; met dit weer zouden er wel meer een reisje naar de hemel verlangen. Daar is het toch altijd zonnig, niet te warm en steevast een Oud Limburgs Schuttersfeest om de hoek. Een goed glas bier dat ongetwijfeld hemels smaakt. Persoonlijk vind ik overigens, dat het bier uit Arcen van brouwerij Hertog Jan, ook hemels smaakt. Gevaarlijk lekker, noem ik dat.

Maar goed, het was dus Hemelvaart en koud; ijsheilige St. Servatius had goed zijn woord gehouden. Voor de bijbelvasten onder u: 13 mei Sint Servatius. Voor mij altijd een bijzondere dag, vroeger kreeg je op je naamfeest een snoepje of een prentje. Van het laatste werd verwacht dat het je zou helpen op de moeizame weg naar de hemelpoort; van het eerste wist ik dat het op aarde ook fijn kan zijn.
We bezochten de kasteeltuinen, de rododendrons weerstonden de gure wind, het frisse groen ontlook tegen de verdrukking in. Meer bezoekers dan verwacht genoten van dit prachtige park. Een kop hete soep en we stapten weer de nog altijd behoorlijk koude lucht in; op naar de Aspergesmarkt in de straten van Arcen. Ook hier gezellig druk; de mensen hadden zich niet af laten schrikken. Ik had de indruk, dat de eettentjes het meeste volk trokken.

Er klonk gezellige muziek in de historische Koestraat. En daar stonden ze dan! Onze marketensters, mooi gekleed;  vriendelijk brachten ze het OLS aan de man en de vrouw; schutter Twan verleende assistentie; hij had het maar getroffen, op stap met de meiden van St. Jan. Hij straalde over zijn hele lijf; niet zo groot, wel voldoende breed. En juist toen brak de zon door! Het werd er zelfs een beetje warm. Was het wel de zon?  Of waren het de warme worsten en hot dogs?
Ach nee, natuurlijk, het waren onze vrolijke marketensters!
Die hadden alle bezoekers in het hart geraakt.

Servaas Huys

Tamboer aan het spit

zondag 23 mei 2010

De meest westelijke kern van Horst aan de Maas is meteen de mooiste.
Griendtsveen, dit jaar bestaat het dorp 125 jaar. Een levendig en toch heel rustig dorp, een heel interessante historie, die je nog goed kunt “lezen” in alles wat het dorp rijk is. De eerste helft van de negentiende eeuw zat er al ruim op; de belangrijkste brandstoffen waren hout en turf; van steenkool was nog niet of nauwelijks sprake. Grote delen van ons land hadden turfwinning gekend, maar in de Peel lag nog een geweldig groot en dik pakket, duizenden hectares, soms wel vier meter dik. Een slimme ondernemer uit de buurt van Tiel kocht vele honderden hectares peel; kanalen werden gegraven voor de ontwatering en voor de afvoer van de turf  met boten. Er werd gebouwd, de gewone huizen voor de gewone arbeiders, de wat mooiere huizen voor de opzichters en de villa voor Jan van de Griendt; er kwam een school, een kerk, een zusterklooster, eigen politie en geneeskundige voorziening, een bakker, een slager. En een herberg: de Morgenstond. Griendtsveen is in zijn schoonheid goeddeels bewaard gebleven en de Morgenstond is een pracht herberg. Voor enkele jaren terug werd deze nog uitgeroepen tot beste café van ons land! Het beste ijs in Grubbenvorst, het beste café in Griendtsveen; allebei in Horst aan de Maas.

Je kunt er niet alleen een prima kop koffie of een goed glas bier drinken, maar ook voortreffelijk eten. En Gerold, de herbergier, is altijd met wat nieuws bezig en liefst samen met collega’s. Een ondernemer naar mijn hart! Deze gedreven promotor van streekproducten was aanwezig op de avond dat Hans en ik uitleg gaven over het OLS bij het Toeristisch Platform. Wie weet, heeft het aan ons enthousiast verhaal gelegen, in ieder geval was Gerold een van de eersten die meldde dat hij met het OLS iets ging doen. En hoe! Met een goede kennis van hem, Ed van de Kerckhof oud-journalist, bezocht hij de tentoonstelling in het OLS hoès om er inspiratie op te doen voor zijn menukaart. Die mag er zijn: leuk en inspirerend is deze helemaal gewijd aan het gildenwezen,  de schutterijen en het OLS.

Daar moeten we iets mee! Het idee was geboren: het gilde uit het Brabantse Deurne zou het zestal van Schutterij St. Jan treffen op de brug over de Helenavaart, nabij de grens tussen de twee provincies. Het gilde St. Antonius Abt in zwierige groene kostuums en veel zilver; een mooi vaandel, trokken op aan de Brabantse kant van het kanaal en de mannen van het zestal samen met het Koningspaar en de voorzitter, allen blinkend schoon, gelijktijdig aan de Limburgse kant. Björn vervulde zijn taak als tamboer voortreffelijk. D’n Um mocht ook mee. Hij werd zorgvuldig en vastberaden in de hand gehouden door Roel; dat is die wel toevertrouwd. Midden op de brug werd de menukaart aangeboden en werd verbroedering gevierd.

In het warme, gezellige café schonk Gerold een hartversterkend peelneutje. Of was het een turfdruppelke? Gevulde soep werd verdronken in een biertje. Nee, de tamboer hoefde niet aan het spit; Björn haalde opgelucht adem.

Servaas

Is d’n UM een vrijgezel?

maandag 17 mei 2010

Op Moederdag bezochten we de kunstmanifestatie in Geijsteren. Een pracht initiatief van Mieke van Uden. Mieke heeft nog enkele jaren in Grubbenvorst gewoond. In Geijsteren vond ze meer inspiratie en ze groeide uit tot een bekende kunstenares. Keramiek is haar passie; ze noemt haar atelier: Keramieke. Wie kent niet haar beelden? De mooie slanke vrouwfiguren, of de meeuwen bij het fietsveer bij Tante Jet aan de Maas. Iedere twee jaar trommelt Mieke meer dan 50 bekende kunstenaars bij elkaar op  Moederdag; heel het historisch fraaie dorp is als vrijwilliger in de weer en honderden bezoekers genieten van de geëxposeerde kunstwerken.
Dit jaar was het een jubileum; voor de tiende keer kunstmanifestatie; met een bijzonder tintje; alle kunstenaars hadden gratis een beeld van Mieke op eigen manier versierd of verwerkt in een compleet nieuw kunstwerk. Heel mooi. De verkoopopbrengst gaat naar een schoolbusproject in India. De opening werd opgeluisterd door het Willibrordus Gilde; mooie uniformen, vendelzwaaien en een paar stevige knallen.
Wij liepen over de markt langs vele interessante stands, regionale, nationale en internationale kunstenaars met schilderijen, brons, keramiek, smeedwerk, sieraden, hout.  Ons oog valt op een stand van een kunstenaar uit Midden Limburg. Hij maakt mooie beelden van vrouwen; bevallig en fleurig zitten ze op een sokkel. We zijn geïnteresseerd. Komt er opeens een stem achter me: “Zo, ben je een nieuwe UM aan het zoeken?” Een dorpsgenoot had ons “betrapt”. “Nou, eigenlijk meer een UMse.” “ Nogal wulps die UMse.” “Tja, ik denk dat d’n Um zo’n mooie wulpse UMse wel zal waarderen; alleen is ook maar alleen. Hij kan toch niet eeuwig vrijgezel blijven”

Ik heb haar nog niet gekocht; hij zal nog even moeten wachten.

Servaas Huys

Grubbevors geit dich rake!

zondag 9 mei 2010

Hij had het al vaak gelezen. Grubbevorst geit dich rake! Tja, wat moest hij daar nu weer mee, als echte Venlonaar. Hij wilde eigenlijk best eens naar dat OLS nu het in zo in de buurt van de stad gehouden werd. Zijn buren Ingrid en Henk hadden het er ook al over gehad. Dat waren gewone mensen, die gingen ieder jaar. Hij verwachtte in zijn functie toch zeker een uitnodiging om op de eretribune te mogen zitten. Trots zou hij daar tussen allerlei echte en zelfbenoemde bobo’s zitten. Alle schutters, wel meer dan acht duizend,  zouden hem daar bij het défilé fier zien staan en hij zou minzaam glimlachen; misschien zelfs een enkele keer wuiven. Prachtig, hij zag het al helemaal voor zich. Maar ja: Grubbevors geit dich rake! Dat leek toch op een dreigement, een provocatie. Natuurlijk, hij was ontzettend goed beveiligd, maar tussen al die geweren! Je wist maar nooit. Als er een rare schutter tussen zou zitten, zou het zo maar waar gemaakt kunnen worden: geit dich rake. En uit eigen kring wist hij dat er rare schutters bestaan; zo maar een revolver op zak bijvoorbeeld.

Hij belde maar eens met zijn collega; samen hadden ze eertijds nog in dezelfde bankjes gezeten. Nee, zij had er nog niet over nagedacht. Maar nou je het zo vraagt, natuurlijk wil ik 4 juli ook van de partij zijn. Met de partij zijn, eigenlijk. Tja, dat: Grubbenvorst geit dich rake! Vond ze ook wel een beetje angstaanjagend, al werd ze dan ook van ijzer genoemd.  Niet dat het me een ton waard zou zijn, maar ik ben trots op Nederland en dus ook op Limburg,  ik moet daar bij zijn. Ik bel je terug. Nog geen dag later had zij de oplossing bedacht. Althans voor zichzelf. Weet je, als ik een burka aantrek, herkent me niemand en kan ik rustig op dat schuttersfeest rond lopen. Ben jij gek! Een burka. Over mijn lijk! Nou, nou, rustig maar. Dat wil ik nou net voorkomen: over mijn lijk. Grubbenvorst zal mij niet raken. Wil jij dan wel geraakt worden?
 
Hij raakte vertwijfeld. Dat was hem nog nooit overkomen. Hij, die altijd zo zeker was van zijn zaak; hij, die het altijd zo scherp kon zeggen; hij, die geen twijfel duldde; hij, die wist hoe de wereld in elkaar zit, die wist hoe  het moet. De twijfel knaagde aan hem. Wat moest hij nu doen? Wel gaan. Niet gaan. Wel gaan. Niet gaan.
Nog voordat hij er geweest was, had Grubbenvorst hem al geraakt en was hij als een aangeschoten bölke van zijn voetstuk gevallen.

Servaas Huys

Ontroerende ontvoering

dinsdag 4 mei 2010

Vrijdag 23 april, ik zal het niet gauw vergeten. Ik nam nog één keer afscheid in de Peel. Dit keer in Deurne, in de kapel van een vroeger klooster. Vanaf 1998 had ik er als voorzitter met heel veel mensen gewerkt aan de plannen tot verbetering van de natuurkwaliteit, kansen voor ondernemers, leefbaarheid, cultuurhistorie. Het waren soms heftige bijeenkomsten; niet iedereen was het eens met de doelen die de overheid bedacht had voor dit mooie gebied. Het gebied tussen en rond Griendtsveen, Helenaveen,  Liessel, Evertsoord, eens onderdeel van een groots hoogveen landschap. Goed, een afscheid dus. Dit keer vanwege het feit, dat we na 3 jaren van veel overleg, samen zoeken, vallen en opstaan het Beheerplan Natura 2000 voor de Peelvenen konden vaststellen. Daar werd aan gekoppeld een symposium over de Peel en de Peellander in 2050. En ook mijn afscheid.

Dat er bij het graf veel lovende woorden gesproken worden, tja, dat hoort ook zo, maar als men bij een afscheid je de hemel in prijst, ga je toch echt twijfelen. Er was een  videoboodschap van minister Gerda Verburg, over het thema 2050 en veel veren op mijn hoed (of ergens anders) .De cabaretier of troubadour verklaarde me al heilig, Sint Servaas van de Peel. En dat in die kapel in Deurne.

Ten afscheid mocht ik nog een paar woorden zeggen. Natuurlijk, het is fijn om gewaardeerd te worden, maar we hebben het toch vooral samen gedaan. Nog voor ik de laatste zinnen had uitgesproken, zwaaiden de deuren achter in de kapel open. Daar marcheerden ze naar binnen, de schutten van St. Jan, in hun mooie uniform. Voorzitter Hans voorop, breed lachend. “We komen je ontvoeren!!”. “Het verhaal van de Peel is uit; kom mee naar Grubbenvorst, kom mee naar het OLS”. Wat een prachtige act! Degenen die kort bij me stonden hebben ongetwijfeld gemerkt dat een brok in mijn keel schoot en een traan in mijn ogen. Wat een ontroerende ontvoering. De mannen van St. Jan hadden me echt geraakt.

Servaas Huys

Grote gek

donderdag 29 april 2010

“Je bent een grote gek als je daar aan meehelpt!”

Ze zei het stellig en vol overtuiging. Iedereen zweeg bijna eerbiedig. Ja, het OLS had al heel wat tongen losgemaakt. En soms een beetje losser als er goed gesmeerd was. Al vanaf het begin in juli werd er in de vriendenkring “Krieg de krets” over gesproken. Iedereen was trots dat “ze het um toch maar geflikt hadden”, die mannen van Sint Jan. Ze vonden het met terugwerkende kracht een gemiste kans, dat ze juist die weken in juli op het strand in Benidorm hadden gelegen. Was natuurlijk gezellig geweest en niet iedere avond dronken. Nee, niet iedere avond. En de enige thuisblijver had op die gedenkwaardige zaterdagmiddag een sms’je gestuurd: “Ze hebben UM , Grubbenvorst heeft gewonnen”. Die avond dus wel dronken. Maar wat waren ze er graag bij geweest in eigen dorp!

Er werden vrijwilligers gevraagd om te helpen. Je kon van alles doen. Van sponsors werven tot aan de kassa zitten, van parkeerwachter tot gastvrouw. Te veel om op te noemen. Hartstikke leuk en je kon er voor de verenging hopelijk een aardige cent mee verdienen. Maar toen Janine zo duidelijk verklaarde dat je wel een grote gek moest zijn, om mee te helpen, sloeg de twijfel toe. Maar waarom dan een grote gek? Tja, logisch toch! Dan kon je niet feesten op die dag en waarom moet je je zonodig druk maken voor andere mensen. “Dat ze het zich maar uitzoeken”. En dat deed vriendenkring “Krieg de krets”. Zelfs Janine liet zich verleiden de informatieavond te bezoeken. Met lichte tegenzin ging ze achter in de zaal zitten. Er werd door een paar zichzelfverklaarde bobo’s een en ander verteld, met lichtbeelden, dat wel. Gaandeweg raakte Janine geïnteresseerd. Zou het toch wat zijn? En ja, die vrijwilligersavond, dat zou best leuk zijn. Misschien kon je wel bij Rowwen Hèze helpen. Gratis en voor niks die mannen uit America meemaken, een buitenkansje, waar ze altijd al van gedroomd had. Maar zij zou niet met bier gooien. Zonde. En wc’s schoonmaken, daar moest ze niks van hebben. Janine raakte in twijfel. Thuisgekomen raadpleegde ze eens de site van het OLS, zag er prachtig uit.

Een paar dagen later zaten de meiden en mannen van “Krieg de krets” weer bij elkaar. Natuurlijk kwam het OLS weer ter sprake. Waar praat je tegenwoordig anders over? Hendrik opperde om de vierde juli de hele dag op de lappen te gaan. Toen kwam Janine in het geweer: Niks d’r van, we gaan helpen. Verbaasd riepen de andere “Krieg de kretsers” : “Je bent een grote gek als je daar aan meehelpt!” “Klopt” riep Janine “Dè bis enne groëte gek àsse dao geis helpen, mar enne vuuël groëtere gek àsse ut neet duis”

Tussen hoop en vrees

zaterdag 24 april 2010

Plechtig, heel plechtig stond hij daar. En fier. Helemaal voor in dat prachtige bruine café. Een van de mooiste cafés uit de omtrek. Hij moest eens goed rondkijken. Die prachtige koperen leidingen. Daar zal het bier wel weer in massa’s doorheen stromen. Hij zou die avond wel weer zonder moeten doen. Vreemde mensen, die schutters. Ze waren loeitrots op hem, hadden hem door het dorp gereden en gedragen terwijl ze hele sloten bier dronken. Maar niet eentje. Nee, niet eentje van die schutters kwam op het idee om ook een biertje aan hem te geven. Alsof het zo makkelijk is de hele dag en nacht met je arm hoog te staan. Alsof het een pretje is regelmatig geaaid te worden, terwijl je in al je bronsheid niks terug kunt zeggen of doen.

Goed, vanavond was hij weer “van stal”gehaald en op een mooie sokkel geplaatst. Nee, daar had hij niet over te klagen. Hij werd met eerbied en ontzag behandeld.
Er waren heel wat bezoekers, die zich tegoed deden aan koffie met een mooi gebakje. En bier natuurlijk. Hij kon nog net de statige tafel met de deftige heren achter hem op de bühne zien. Wat was er toch te doen? De president nam het woord. Met zijn mooi accent legde hij uit, dat er een officiële loting zou plaatsvinden. Een loting die zou bepalen welke schutterij voorop zou mogen lopen op 4 juli en welke op plaats 37 of  plaats 126 en wie helemaal achteraan de stoet zou mogen sluiten. Het werd stil in dat mooie bruine café, waar anders zo veel lawaai te verduren was. Een gewijde stilte, leek het wel. Nummers werden afgeroepen en namen van schutterijen. Nou begreep hij het. Nou werd het voor hem pas interessant. Welke van die schutterijen zou volgend jaar hem mee naar het dorp tronen? Hij luisterde: St. Gregorius de Grote, Brunssum; St. Monulphus en St. Gondulphus, Rotem. De heiligen vlogen hem om de oren. Hij kende er inmiddels veel. Zouden er ook schutterijen zijn zonder heilige als schutspatroon? Waren die een beetje van god los? Hoe zou het zijn om daar terecht te komen? Heej, daar hoorde hij: Breydelzonen uit Kessenich! Geen heilige in Kessenich? Och veel maakte het hem eigenlijk niet uit. Hij vertrouwde erop dat hij weer goed terecht zou komen.

Nee, zo goed als hier had hij het nog nooit gehad. Die van St. Jan hadden hem waardig en met respect behandeld. Eigenlijk wilde hij hier wel altijd blijven. Als hij tenminste een biertje kreeg. Grubbenvorst had ook hem geraakt.

Hosted by 12WordPress